Aantal COGEM publicaties blijft onverminderd hoog

Rapportage adviezen en signaleringen in 2013

De COGEM heeft een enerverend jaar achter de rug met 66 uitgebrachte adviezen en signaleringen. Daarmee zijn in 2013 wederom nipt meer adviezen uitgebracht dan in het voorafgaande jaar. Zesentachtig procent van de uitgebrachte publicaties betrof gevraagde adviezen over vergunningaanvragen. Naast het toegenomen aantal adviesvragen, stelde ook de toenemende complexiteit van de vergunningaanvragen en de daarmee gepaard gaande risicoanalyses de COGEM voor hoofdbrekens.

Met het voortschrijden van de wetenschappelijke ontwikkelingen worden de technische mogelijkheden op het gebied van genetische modificatie steeds groter, maar daarmee de milieurisicobeoordeling ook ingewikkelder. Dit betekent dat de afhandeling van adviesvragen vaak tijdrovender is dan in het verleden. Door de grote adviesvraag vanuit het ministerie van IenM, moesten enkele niet-termijn gebonden adviezen, en aanbiedingen van onderzoeksrapporten blijven liggen. Deze zullen afgerond worden in 2014.

Figuur 1: Aantallen publicaties onderverdeeld naar subcommissie

Ondanks een lichte daling in het aantal behandelde adviezen heeft de subcommissie Medisch Veterinair, eender aan voorgaande jaren, de meeste adviezen voorbereid. De daling in aantallen adviezen op medisch en veterinair gebied is veroorzaakt door een mindere adviesvraag op het gebied van ‘ingeperkt gebruik’. Onder vergunningen voor ingeperkt gebruik vallen werkzaamheden in laboratoria, dierverblijven, etc.

Naast adviezen over specifieke vergunningaanvragen heeft de COGEM ook enkele grotere adviezen van een meer generieke aard uitgebracht. In het kader van de herziening van het Besluit en de Regeling ggo door het ministerie van IenM, heeft de COGEM de pathogeniteitsclassificatie van DNA en RNA virussen herzien. Hierbij zijn in totaal meer dan zeventig virussen beschreven en geclassificeerd, bovenop de in voorgaande jaren geclassificeerde virussen. Ook heeft de COGEM een update uitgevoerd van de lijst met geclassificeerde bacteriën. De COGEM heeft het voornemen om de pathogeniteitslijsten (voor zowel bacteriën, schimmels en virussen) jaarlijks te herzien. Verder heeft de COGEM, op basis van een in de opdracht van de commissie opgesteld onderzoeksrapport, een advies uitgebracht over de op te leggen inperkingsmaatregelen als er met genetisch gemodificeerde geleedpotigen (insecten, spinachtigen e.d.) gewerkt wordt. De werk- en inrichtingsvoorschriften voor dierverblijven die in de Regeling ggo vermeld staan, zijn namelijk niet toegesneden op werkzaamheden met insecten, terwijl dit soort werkzaamheden in opmars is.

Figuur 2: Publicaties onderverdeeld over de verschillende categorieën vergunningaanvragen

De grootste stijging in het aantal door de COGEM afgegeven adviezen betrof markttoelatingen. Dit waren hoofdzakelijk vergunningaanvragen voor import en verwerking van gg-gewassen en hun producten in de EU. Terwijl het bedrijfsleven zich wat betreft de teelt van gg-gewassen heeft teruggetrokken uit de EU, neemt het aantal vergunningaanvragen voor import van gg-gewassen en hun producten toe. Naar aanleiding van een vergunningaanvraag voor de import van een gg-koolzaad variëteit heeft de COGEM een generiek advies opgesteld waarin de biologie van koolzaad in kaart is gebracht en de consequenties daarvan voor de risicoanalyse en de ‘post-market monitoring’ onder de loep zijn genomen. Koolzaad is op dit moment een van de weinige gg-gewassen die in Nederland zouden kunnen verwilderen of uitkruisen met wilde verwanten. De COGEM concludeert in het advies dat de verplichte monitoring zich ook moet richten op transportroutes (met name spoorwegen) en overslagstations. De COGEM heeft daarom negatief geadviseerd over een vergunningaanvraag voor import van gg-koolzaad, aangezien in het monitoringsplan geen rekening gehouden werd met morsen van zaad langs spoorwegen gedurende transport in de EU.

Ook het aantal adviezen over voorgenomen klinische experimenten met ggo’s (gentherapie) is in 2013 licht toegenomen. Bij de behandeling van deze vergunningaanvragen in de afgelopen jaren, bleek dat aanvragers vaak onvoldoende informatie aandroegen over de karakterisering van het toe te dienen ggo. Een goede karakterisering van het ggo is echter essentieel om een risicoanalyse te kunnen uitvoeren. De COGEM heeft daarom een advies uitgebracht waarin de criteria voor de moleculaire karakterisering van ggo’s voor medische en veterinaire toepassingen beschreven worden.

Figuur 3: Aantallen publicaties onderverdeeld naar subcommissie en categorie vergunningaanvragen

Naast adviezen heeft de COGEM twee signaleringen uitgebracht. Mede naar aanleiding van de bevindingen van een expertmeeting die de COGEM samen met het Rathenau Instituut organiseerde en de uitkomsten van een internationale workshop, georganiseerd door de Franse Haut Conseil des Biotechnologies (HCB), de Belgische Biosafety and Biotechnology Unit (SBB) en de Duitse Zentrale Kommission für die Biologische Sicherheit (ZKBS) en de COGEM, is in januari 2013 een signalering over synthetische biologie uitgebracht. Deze signalering is een update van de eerdere publicaties van de COGEM over synthetische biologie en mogelijke knelpunten in de risicoanalyse. In de signalering zijn de wetenschappelijke ontwikkelingen sinds de laatste COGEM signalering (2008) in kaart gebracht en is gekeken wat de mogelijkheden en uitdagingen per subveld in de synthetische biologie zijn.

Eind oktober 2013 heeft de COGEM de signalering “Waar Rook is, is Vuur? Omgaan met de uitkomsten van alarmerende studies over de veiligheid van ggo’s”, gepubliceerd. Regelmatig verschijnen er (semi-)wetenschappelijke studies die de veiligheid van gg-gewassen voor mens en milieu in twijfel trekken. Deze ‘alarmerende’ studies veroorzaken felle discussies en leiden vaak tot maatschappelijke onrust. Uit de analyse van de COGEM blijkt dat deze discussies een herkenbaar en herhalend patroon hebben. Een beoordeling van deze studies door wetenschappelijke adviesorganen blijkt bovendien onvoldoende om de onrust weg te nemen. In de signalering worden hiervoor verschillende oorzaken geïdentificeerd, en een aantal aanbevelingen gedaan voor overheid en adviesorganen over het omgaan met de uitkomsten van alarmerende studies. Eén van deze aanbevelingen is dat de overheid zich in het maatschappelijk debat over gg-gewassen, niet zoals nu moet beperken tot de veiligheidsaspecten. De discussie over gg-gewassen is breder en vraagt om een grotere rol van politieke besluitvorming.

Alle publicaties van de COGEM zijn hier te downloaden.