Voorwoord

In november 2013 heb ik de COGEM voorzittershamer van Bastiaan Zoeteman mogen overnemen. Hoewel ik als Eerste Kamerlid, voormalig landbouwer en filosoof niet onbekend ben met het maatschappelijke en politieke debat over toepassing van genetische modificatie in de landouw, zit ik nog in mijn inwerkperiode. Het is voor mij dan ook slechts beperkt mogelijk om inhoudelijk terug te blikken op het voorbije jaar.

Mijn voorganger heeft de COGEM twaalf jaar lang geleid en in die tijd de COGEM opgebouwd tot een krachtig en efficiënt adviesorgaan. Dat laatste blijkt onder andere uit het feit dat de COGEM in het afgelopen jaar wederom meer adviezen en signaleringen heeft uitgebracht dan in voorgaande jaren. Naast haar technisch-wetenschappelijke adviezen over vergunningaanvragen of indeling van virussen en micro-organismen in pathogeniteitsklassen, heeft de COGEM ook twee signaleringen uitgebracht die ik onder uw aandacht wil brengen. In januari 2013 heeft de commissie een signalering uitgebracht over de synthetische biologie die een update bevat op eerdere COGEM signaleringen over dit interessante nieuwe wetenschapsgebied en de uitdagingen die deze met zich meebrengt voor de risicoanalyse. Eind 2013 heeft de COGEM een signalering uitgebracht over hoe overheden en adviesorganen beter moeten omgaan met (semi-)wetenschappelijke publicaties met een alarmerende boodschap over de veiligheid van genetische gemodificeerde organismen (ggo’s) of voedsel. Deze signalering, ‘Waar Rook is, is Vuur?’, is van interesse voor een ieder die werkzaam is in het veld van maatschappelijk omstreden technologische innovaties, of het nu het boren naar schaliegas, de opslag van CO2 in de bodem of genetische modificatie is.

Genetische modificatie is vanaf het begin, meer dan dertig jaar gelden, maatschappelijk omstreden. De discussie richt zich hoofdzakelijk op toepassingen in de landbouw, terwijl medische toepassingen op brede publieke instemming lijken te kunnen rekenen. Er is geen reden om aan te nemen dat de polarisatie rond genetische modificatie in de landbouw in de nabije toekomst zal verminderen. Hoewel genetische modificatie niet meer zo hoog lijkt te staan op de agenda in Den Haag, is het ook politiek nog altijd omstreden. Dit bleek tijdens de overleggen in de Tweede Kamer, waarbij voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar leken te staan. Met het toenemen van de wetenschappelijke kennis en technologische mogelijkheden wordt het echter steeds lastiger om de grens te trekken tussen genetische modificatie en zogenaamde ‘conventionele’ technieken. Een besluit of bepaalde technieken wel of niet onder de ggo-regelgeving vallen is dringend gewenst.

Een dergelijk besluit is geen nationale aangelegenheid, maar moet in Europa genomen worden. Over genetische modificatie wordt tussen EU lidstaten zeer verschillend gedacht en de discussie in Europa is aanzienlijk heftiger dan die in Nederland rond dit onderwerp. Hoe lastig het is om een besluit te nemen of bepaalde technieken onder de ggo-regelgeving vallen, blijkt wel uit het feit dat de COGEM deze kwestie al in 2006 heeft aangekaart en, - dat er verscheiden EU-werkgroepen en talloze meetings later-, er anno 2014 over geen enkele techniek een besluit is genomen. Onderwijl hebben wetenschappers niet stilgezeten en zijn er tal van nieuwe technieken ontwikkeld die vaak in landen buiten de EU als niet onder de ggo-regelgeving vallend beschouwd worden. Dit leidt tot problemen bij import en voor de verplichte ggo-etikettering, en leidt tot verlies van vertrouwen van burger en bedrijfsleven in de overheid. Ik zie het als een belangrijke taak van de COGEM om de overheid in deze kwestie van wetenschappelijk advies te ondersteunen in haar streven om in Europa tot een besluit te komen.

Het belang van de taak en rol van adviesorganen als de COGEM, werd onderstreept tijdens het afscheidssymposium ‘Omgaan met risico's, dansen op een slap koord!’ van Bastiaan Zoeteman. De les die uit de verhalen van de sprekers getrokken kan worden, is dat het waarborgen van de veiligheid in Nederland niet gediend wordt met het invoeren van steeds meer nieuwe regelgeving of het opstellen van procedures en draaiboeken. Verbetering van de veiligheid wordt bereikt door het tijdig signaleren en agenderen van nieuwe ontwikkelingen, het mobiliseren van expertise, en het betrekken van politiek en alle actoren in de samenleving bij risicoafwegingen. Het is niet toevallig dat deze aspecten naadloos aansluiten bij het wettelijke takenpakket van de COGEM.

Daarom zal de COGEM, vanuit haar rol van onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan, ook in de komende jaren de regering van gedegen wetenschappelijk advies blijven voorzien. En daarnaast politiek en beleid met een scherp oog en oor blijven informeren over alle aspecten en argumenten die spelen in het maatschappelijke debat over genetische modificatie en haar toepassingen.

Prof dr Sybe Schaap
Voorzitter COGEM